banner nieuws

Francisca van Vloten bij de opening van de Voorjaarstentoonstelling 2016 ‘De zaak Piet Mondriaan - Mondriaan in Domburg’ op zaterdag 26 maart, MTVP Museum Domburg.

Dames en heren,

In het najaar van 1946 had in het Stedelijk Museum in Amsterdam een herdenkingstentoonstelling voor Piet Mondriaan plaats. Hij was ruim twee jaar daarvoor in New York overleden. In de begeleidende uitgave werd een artikel van Mondriaan uit maart 1942 opgenomen, dat in 1945 in New York was gepubliceerd. ‘Pure beelding.’ Mondriaan eindigde het artikel met de woorden – ik parafraseer:

‘Kunst is niet meer dan een vervangingsmiddel gedurende den tijd dat de schoonheid in het leven tekort schiet. Zij zal verdwijnen naarmate het leven meer in evenwicht komt. Nu is kunst nog van het grootste belang omdat door haar op een directe en van individuele opvattingen onafhankelijke wijze de wetten van het evenwicht worden gedemonstreerd.’

In de levensopvatting van Mondriaan ging het om dat evenwicht, het universele. In zijn werk wilde hij, zoals de kunsthistoricus Bram Hammacher het noemde, tot de zuiverheid van kristal komen, om vervolgens het kristal aan de mensen te geven. Hoe heeft hij die lange weg van Haagse School naar Nieuwe Beelding zo intuïtief trefzekeren in werkelijkheid zo tegen de klippen op ploeterend, maar volhardend kunnen doorlopen?

In 1908, tijdens een impasse in zijn leven, zag hij Jan Toorops Zeeuwse werken op de St. Lucas-tentoonstelling in Amsterdam. Diep onder de indruk reisde hij in september van dat jaar met iemand – we weten nog steeds niet werkelijk wie – naar Domburg, waar hij in het Strandhotel logeerde, direct aan zee. Vermoedelijk kwamen zij laat in de middag of tegen de avond aan – terwijl een gloeiende lucht vol paarse, blauwe, gele en roze tinten, zich voor hun ogen ontvouwde ... als je dan niet direct verloren bent ...

Mondriaan zou op Walcheren de belangrijkste ontwikkeling in zijn werk doormaken. In de periode 1908-1915 verbleef hij met een zekere regelmaat in Domburg en daarna vermoedelijk toch nog zo af en toe. Langzaamaan werd zijn werk een zoektocht naar de ‘zuivere’ in plaats van de natuurlijke kleur, omdat ‘het schone’ zonder de natuurgetrouwe voorstelling – volgens Mondriaan soms zelfs veel beter – kon worden weergegeven. Steeds verder zou hij daarin gaan; elk facet van een compositie, tot werkwijze en materiaal toe, zou in dienst komen te staan van de schoonheid: de perfecte harmonie van de tot de grootste eenvoud teruggebrachte tegendelen. – Op de tentoonstelling zie je dat bijvoorbeeld in zijn vroege Domburgse periode, in De rode molen, waar het pure rood de eenvoudigste en absolute tegenhanger krijgt in het omringende blauw om zo de perfecte harmonie te bereiken. – In later jaren zou die opvatting zich uitstrekken tot Mondriaans atelier, en zelfs zijn maaltijden en uiteindelijk, zoals al aangeduid, tot zijn hele levenshouding en -filosofie.

Mondriaans gedachten over deze ontwikkeling hadden een theosofische grondslag. In 1909 was hij lid geworden van de Theosofische Vereeniging. De tegenstelling mannelijk/vrouwelijk en geest/ materie zoals de theosofie die ziet, moest in de bewustzijnsontwikkeling van de mens zó in een onderlinge samenhang worden geplaatst dat evenwicht het gevolg was. Bij Mondriaan leidde dat tot een verscherping van de tegenstelling verticaal/ horizontaal. Het vlakke land van Walcheren met hier en daar een verticaal object heeft er een rol van betekenis bij gespeeld. – Denkt u maar weer aan De rode molen, en bijvoorbeeld ook aan de serie van de Walcherse kerken en de vuurtoren van Westkapelle. Mondriaan experimenteerde in die werken met het pointillisme dat hij bij Toorop had gezien, maar evenzeer met een soort monumentale lijnvoering. – Het gaat te ver om daar hier nader op in te gaan; meer kunt u lezen in Zoals het licht valt, de nieuwe publicatie over Toorop en Mondriaan in Domburg, en zien op de tentoonstelling. En daarbij vraag ik ook uw speciale aandacht voor de vitrines, die veel informatie en wellicht enkele verrassingen bevatten.

De reproducties werden mogelijk gemaakt dankzij onze geweldige Vereniging van Vrienden. De originelen van deze werken bevinden zich in het Gemeentemuseum Den Haag. Dankzij het Gemeentemuseum en het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, eveneens in Den Haag, hebben wij van zeer hoogwaardige scans prachtige reproducties kunnen laten maken, die een belangrijk deel van Mondriaans ontwikkeling in Domburg en op Walcheren laten zien. Graag had ik hier álle werken uit Mondriaans Zeeuwse periode opgehangen, maar een aanzienlijk deel daarvan bevindt zich in Amerikaanse collecties en daarop berust helaas nog beeldrecht, men krijgt zelden toestemming ze te gebruiken, en dan voornamelijk met zeer zware verplichtingen.

Als verantwoordelijke conservator van deze tentoonstelling, wijs ik u graag nog op de aan Jan Toorop gewijde muur, meteen links bij de ingang van het museum – daar hangen naast onze eigen collectie drie recent gekregen langdurige bruiklenen waar we bijzonder blij mee zijn. Een isografie van Jan en Mieke Lagendijk, en een krijttekening en een aquarel van de Turing Foundation. – In de kleine aquarel uit 1915, is in de non op de voorgrond Toorops vriendin uit zijn latere jaren Miek Janssen te herkennen; zij komt in veel van zijn werken uit die periode voor. –

En dan ga ik nú graag naar het middelpunt van onze tentoonstelling: de installatie van Loek Grootjans, De Zaak Piet Mondriaan, onderdeel van zijn project Storage for Distorted Matter. Loek Grootjans’ fascinatie voor het Zeeuwse licht vertoont overeenkomsten met de mijne – dat was de aanleiding om een gezamenlijk project te beginnen – maar de grondslagen zijn ten dele en de uitwerkingen zijn geheel anders. 
Loek zal u nu iets vertellen over zijn project – en onwillekeurig rijst bij mij dan de vraag: wat zou Mondriaan – die het liefst een samenleving zou willen waarin kunst overbodig is – van dit project vinden? 
Ik vermoed dat hij zou zien, hoe ook deze kunstenaar een eigen weg bewandelt naar een in de toekomst liggend vermoedelijk kristalhelder doel.

Dames en heren, dagelijks worden wij ermee geconfronteerd dat onze maatschappij in disharmonie verkeert. Mondriaans perfecte harmonie – een samenleving die de troost van kunst niet nodig heeft, hebben wij niet bereikt – willen we vermoedelijk ook niet –of niet helemaal– bereiken. En ook voor Mondriaan gold, in woorden van Hammacher, dat ‘het kunstenaarschap in hem zijn theorie te heftig was’.
Zo’n constant samenspel tussen kunstenaarschap en theorie – en een verlangen naar wetmatigheid – proef ik ook bij Loek Grootjans. Zoals Mondriaan, heeft hij een eindeloos geduld, grote aandacht voor details en een enorme hardnekkigheid. En bovendien is hij een zeer beminnelijk mens. 
Om al deze redenen was het voor mij een groot plezier met hem samen te werken, zijn visie met de mijne te delen en onze projecten te bundelen.

Graag geef ik nu het woord aan hem. Dank u wel.